Lokale Energie Monitor 2025: Deze collectieven groeien en deze sectoren staan uitdagingen tegemoet
27.03.2026 Lenna van den Haak

Burgerenergiecollectieven spelen een steeds steviger rol spelen in de Nederlandse energietransitie. Tegelijkertijd groeit de complexiteit van projecten en nemen de financiële en organisatorische uitdagingen toe bij verschillende sectoren. Vooral op het gebied van zon- en windenergie is sprake van een afremmende groei, terwijl energiebesparing en collectieve warmte juist aan belang winnen. Dat laat de Lokale Energie Monitor 2025 zien die onlangs is uitgebracht.
In 2025 telt Nederland 696 energiecoöperaties. Daarmee is het aantal licht gegroeid: er kwamen tien nieuwe coöperaties bij, terwijl er vier stopten. Het ledenaantal groeit eveneens door. Naar schatting zijn inmiddels 143.211 burgers aangesloten bij een energiecoöperatie, goed voor 1,7 procent van alle Nederlandse huishoudens. Dat betekent een stijging van 3,2 procent ten opzichte van 2024.
Naast coöperaties zijn er naar schatting minstens duizend bewonersinitiatieven actief. Dit zijn groepen die zich niet primair richten op energieopwekking, maar vooral op energiebesparing en warmteoplossingen. Opvallend is dat ongeveer 300 van deze initiatieven pas in 2024 of 2025 zijn gestart. Deze burgerenergiecollectieven draaien op de inzet van ruim 9000 vrijwilligers.
Energiebesparing breed gedragen
In totaal zijn 437 burgerenergiecollectieven actief met besparingsactiviteiten. Binnen energiecoöperaties is sprake van een lichte groei: 44 procent organiseert inmiddels minstens één activiteit gericht op energiebesparing, een stijging van twee procentpunt ten opzichte van vorig jaar. Bij bewonersinitiatieven ligt dit aandeel aanzienlijk hoger: maar liefst 88 procent houdt zich bezig met energiebesparing.
De meest voorkomende activiteiten zijn energiecoaching, informatiebijeenkomsten en online informatievoorziening. Daarmee helpen collectieven huishoudens om hun energieverbruik te verlagen en hun woning te verduurzamen. Gemeenten spelen hierin een sleutelrol. Zij worden veruit het vaakst genoemd als samenwerkingspartner.
Collectieve warmte in opkomst
Een opvallende ontwikkeling is de groei van collectieve warmteprojecten. In 2025 zijn 23 nieuwe projecten gestart, terwijl er drie zijn stopgezet. Daarmee komt het totaal op 106 projecten, een toename van negentien ten opzichte van vorig jaar.
De schaal van deze projecten varieert sterk. Zo richten 24 projecten zich op kleinschalige oplossingen voor 2 tot 50 huishoudens. De grootste groep, 53 projecten, mikt op 51 tot 1.500 aansluitingen. Daarnaast zijn er negen grootschalige projecten met meer dan 1.500 aansluitingen. Van twintig projecten is de omvang nog onbekend.
Opvallend is dat burgercollectieven in 55 procent van de projecten een voorlopersrol hebben. Bovendien hebben 40 projecten expliciet als doel om bewoners mede-eigenaar te maken van de warmtevoorziening. Deze projecten verwachten samen ruim 30.000 aansluitingen te realiseren
Zonprojecten: groei vlakt af
De ontwikkeling van coöperatieve zonprojecten vlakt in tegenstelling tot andere projecten af. Sinds 2008 zijn er in totaal 1.425 projecten gerealiseerd, goed voor 439,6 megawattpiek aan opgesteld vermogen. Samen produceren deze installaties jaarlijks ongeveer 396 miljoen kilowattuur, vergelijkbaar met het elektriciteitsverbruik van ruim 158.000 huishoudens.
In 2025 zijn 66 nieuwe zonprojecten gerealiseerd, met een totaal vermogen van 43,7 megawattpiek. Dat is een duidelijke daling ten opzichte van 2024, toen nog 100 projecten met 78,1 megawattpiek werden opgeleverd.
De afname hangt samen met toenemende druk op de businesscase. Stijgende kosten, netcongestie en onzekerheid over regelgeving maken het lastiger om projecten rendabel te ontwikkelen. Deze trend is al zichtbaar sinds 2022.
Toch is er nog potentie: er zitten 125 projecten in de pijplijn met een gezamenlijk vermogen van 369,3 megawattpiek. Daarnaast zijn er 170 projecten in voorbereiding (278,9 megawattpiek).
Windenergie stagneert
De ontwikkeling van coöperatieve windenergie laat een nog duidelijker stagnatie zien. In 2025 zijn er voor het eerst geen nieuwe projecten gerealiseerd. Dit sluit aan bij de bredere landelijke trend, waarin wind op land onder druk staat.
Het totale coöperatieve windvermogen is afgenomen met 4,8 megawatt, doordat enkele oudere turbines zijn gesaneerd. De vervangende installaties worden pas in 2026 verwacht. Het totaal komt daarmee uit op 335,9 megawatt.
Ondanks deze tijdelijke terugval zijn de vooruitzichten gematigd positief. In de komende twee tot drie jaar wordt naar verwachting 45,2 megawatt aan nieuw coöperatief windvermogen gerealiseerd.
Op dit moment produceren coöperatieve windprojecten ongeveer 1,1 miljoen megawattuur per jaar. Dat staat gelijk aan het elektriciteitsverbruik van ongeveer 358.000 huishoudens. Het coöperatieve aandeel bedraagt 4,8 procent van het totale windvermogen op land in Nederland.




























