Onderzoek CE Delft wijst uit dat flexibel stroomgebruik netcongestie fors kan verlichten

15.04.2026 Gijs de Koning

Onderzoek CE Delft wijst uit dat flexibel stroomgebruik netcongestie fors kan verlichten

Flexibiliteit in het afnemen van elektriciteit van het net biedt richting 2030 en 2050 grote kansen voor het verzachten van netcongestie, zo blijkt uit onderzoek van CE delft. In 2030 kan er theoretisch tot wel 2,3 gigawatt aan vermogen worden verplaatst tijdens piekmomenten, voor 2050 is dit volgens de onderzoekers 10,2 gigawatt. Voor het ontsluiten van een groot deel van de flexibiliteit zijn nauwelijks meerkosten vereist.

Door het groeiende aandeel aan zon- en windenergie in het Nederlandse elektriciteitssysteem en de elektrificatie van veel processen zijn er steeds meer pieken en dalen in vraag en aanbod op het elektriciteitsnet.

Dit is in principe geen probleem, ware het niet dat het Nederlandse elektriciteitsnet op veel momenten al bijna aan zijn maximum zit en de pieken dus niet meer goed kan opvangen. Bedrijven en projecten moeten hierdoor lang wachten op aansluitingen en tijdens momenten van overaanbod kunnen zonnepanelen hun stroom niet meer kwijt op het net.

Hoeveel vermogen kan er verschoven worden?

Een van de mogelijke oplossingen voor dit probleem is het verschuiven van vraag en aanbod naar momenten dat hier wel ruimte voor is op het net. CE Delft heeft gekeken naar hoeveel vermogen hiervoor technisch en realistisch in 2030 en 2050 beschikbaar zal zijn.

Voor 2030 beraamd CE Delft het theoretisch potentieel op 2,3 gigawatt een meer realistisch potentieel voor 2030 is 0,6 tot 1,1 gigawatt. Voor 2050 is het theoretisch potentieel 10,2 gigawatt, maar realistisch zit ergens tussen de 3,9 gigawatt en de 8,1 gigawatt.

Het verschil tussen theoretisch en realistisch komt doordat niet alle technieken voor het verplaatsen van vermogen een rendabele businesscase hebben, daarnaast zijn niet alle verbruikers zich bewust van het belang of hebben ze interesse in het flexibel maken van hun elektriciteitsvraag. Bedrijven kunnen ook niet altijd hun elektriciteitsvraag verplaatsen omdat ze hiervoor te weinig transportvermogen hebben door netcongestie.

Elektrische voertuigen als belangrijkste bron

Voor 2030 en 2050 geldt dat elektrische auto’s de meeste flexibiliteit kunnen voorzien. Door prijsprikkels kan publiek laden in de wijk worden verplaatst naar de nacht en vroege ochtend in plaats van in de vroege avond.

Verschuiven van de warmtevraag

Op de tweede plek noemt het onderzoek warmtepompen en dan specifiek hybride warmtepompen als kansrijk voor het bieden van flexibiliteit. Met name hybride warmtepompen zijn hierin uniek omdat zij langdurige netcongestie van bijvoorbeeld 50 uur kunnen verzachten door volledig over te schakelen op gas.

Daarnaast kunnen warmtepompen hun elektriciteitsvraag verschuiven door overdag warmtebuffers op te warmen waardoor ook de avondpiek wordt ontzien.

Thuisbatterij wordt rendabel

Thuisbatterijen spelen volgens de onderzoekers een belangrijke rol in het verzachten van aanbodcongestie. Thuisbatterijen kunnen namelijk de zonne-energie opslaan en op een later moment wanneer er meer vraag naar is weer afgeven. Volgens het onderzoek van CE Delft is de businesscase voor de thuisbatterij naar 2030 toe nog onzeker, maar door dalende batterijprijzen en hogere (tijdsafhankelijke) nettarieven wordt de thuisbatterij rendabel richting 2050.

Op basis van verschillende modellen stellen de onderzoeker dat de thuisbatterijen in 2050 gemiddeld zo’n 11 procent op de jaarlijkse lasten kunnen besparen, waar deze in 2030, mede door de aanschafprijs, nog 8,5 procent lastenverhoging veroorzaakt.

Beleid blijft doorslaggevend

Volgens het onderzoek is additioneel beleid essentieel om het "hoog ontwikkelpad" voor lokale flexibiliteit te bereiken. Zonder dit beleid wordt naar schatting slechts 25-35 procent van het potentieel ontsloten, terwijl met de juiste maatregelen 50 procent (in 2030) tot 80 procent (in 2050) haalbaar is.

Een belangrijke aanbeveling is om flexibiliteit veel toegankelijker en aantrekkelijker te maken voor consumenten en bedrijven. Dat vraagt om standaardproducten en eenvoudige diensten die het werk uit handen nemen, bijvoorbeeld via slimme energiemanagementsystemen of contracten waarin flexibiliteit automatisch wordt benut.

Ook raad het onderzoek betere communicatie aan omdat gebruikers moeten begrijpen waarom flexibiliteit nodig is en wat het hen oplevert. Hierbij spelen installateurs en energieadviseurs een rol, omdat zij flexibiliteit kunnen meenemen in hun advies richting eindgebruikers. Zonder deze ‘ontzorging’ en bewustwording blijft een groot deel van het potentieel onbenut, ondanks dat de technologie al beschikbaar is.

Daarnaast stelt CE Delft dat netbeheerders moeten vertrouwen op flexibiliteit als oplossing en dat marktpartijen producten moeten gaan aanbieden voordat congestie echt ontstaat. “Daarmee wordt het kip-ei-probleem doorbroken, en komt flexibiliteit onder de knop als het de komende jaren echt nodig wordt.”              

Als aanbeveling stelt CE delft dat innovatiebeleid kan helpen om de kosten van technologieën zoals HEMS en vehicle-to-grid te verlagen en standaardisatie te verbeteren, zodat apparaten beter met elkaar communiceren.