Europese netuitbreiding is nodig maar niet elk land zal ervan profiteren
20.02.2026 Sjoerd Rispens

Als het Europese hoogspanningsnet wordt uitgebreid zal dat positieve gevolgen hebben voor Nederland. Het bespaart namelijk ruimte zonder dat dit hogere elektriciteitsprijzen met zich meebrengt. Nederland zal dan afhankelijker worden van Noorwegen, waar de stroomprijzen dan omhoog gaan. Op haar beurt profiteert Spanje daar dan weer van. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB), dat het Europese elektriciteitssysteem voor 2050 doorrekent, wanneer Europa klimaatneutraal wil zijn.
Om de gestelde doelen te halen moet er volledig worden overgestapt op zon, wind- en waterkracht. Om dat te bereiken moet er een sterke groei van elektriciteitsgebruik plaatsvinden, onder meer op het gebied van vervoer, industrie en de waterstofproductie.
Maar die hieuwbare bronnen liggen echter ongelijk verspreid over Europa. De beste zonnecondities liggen in Zuid-Europa, terwijl de waterkracht in Scandinavië weer veel beter is. Om die energie efficiënt te benutten, is veel meer grensoverschrijdende transportcapaciteit nodig.
In het onderzoek heeft het CPB twee scenario’s vergeleken. In het eerste blijft de internationale netcapaciteit steken op het niveau dat nu voor 2030 is gepland. In het tweede scenario wordt het netwerk sterk uitgebreid, vooral langs de Atlantische kust en rond de Noordzee. De onderzoekers hebben in dit scenario ook berekend waar investeerders nieuwe centrales voor opslag kunnen bouwen en wat dat betekent voor de stroomprijzen betekent.
Op Europees niveau lijkt de uitkomst gunstig. De gemiddelde elektriciteitsprijs daalt met 2,7 procent. Er wordt meer geïnvesteerd in offshore wind, zonne-energie en juist minder in kernenergie. Het scenario laat duidelijk zien dat het systeem in zijn geheel efficiënter wordt.
Effecten lopen uiteen
Op nationaal niveau lopen de effecten juist sterk uiteen. Spanje komt hierbij als grote winnaar uit de bus. De zonnecapaciteit verdubbelt bij hen, de opslag groeit fors en de gemiddelde stroomprijs daalt met 14 procent. Ook voor de Portugezen ziet het er positief uit, zij kennen een prijsdaling van 20 procent.
In Noorwegen is het beeld dus heel anders. Daar groeit de offshore windcapaciteit in het uitgebreide scenario tot zeven keer het niveau van het basisscenario. Noorwegen wordt een belangrijke exporteur van elektriciteit. En terwijl dat positief is voor de Noren, stijgt daar de gemiddelde stroomprijs met 19 procent.
De reden dat de stroomprijs stijgt heeft te maken met het feit dat Noorwegen, door goede verbindingen, sterker gekoppeld is aan landen waar duurdere en regelbare centrales (kernenergie of waterstof) over het algemeen de prijs bepalen. Noorwegen exporteert ook meer goedkopere stroom, maar binnenlandse consumenten betalen meestal een iets hogere prijs. Tegelijk verdwijnen inkomsten uit bestaande congestie op het net. Dat leidt ertoe dat Noorwegen meer windparken en hogere prijzen krijgt.
Nederland en het Verenigd Koninkrijk zitten aan de andere kant van de balans. Zij bouwen in het uitgebreide scenario minder kerncentrales en importeren meer stroom. Hun prijzen blijven stabiel of dalen licht. Zij profiteren dus van lagere investeringen in eigen land, zonder duidelijke prijsstijging.
“Wat goed is voor Europa als geheel, is niet automatisch aantrekkelijk voor ieder afzonderlijk land”, aldus de onderzoekers. Financiële compensatie kan nodig zijn om de scheve verdeling van de kosten en baten recht te trekken. Als er geen afspraken worden gemaakt dreigt de uitbreiding van het Europese stroomnet politiek vast te lopen.






















