Tussen dumping en autonomie: kan Europa zijn eigen zonnepanelenindustrie redden?

12.02.2026 Gijs de Koning

Tussen dumping en autonomie: kan Europa zijn eigen zonnepanelenindustrie redden?

Over het afgelopen jaar hebben steeds meer Europese zonnepanelenfabrikanten faillissement aangevraagd. Ze kunnen simpelweg niet opboksen tegen de enorme productiecapaciteit die wordt gesubsidieerd door de Chinese overheid. Toch zijn er Europese producenten die nog wel standhouden. Om deze te steunen, en om de onafhankelijkheid te waarborgen, moet de EU de productie binnen haar grenzen opschalen.

Volgens de Net-Zero Industry Act van de Europese Commissie moet Europa in 2030 40 procent van de totale jaarlijkse behoefte aan groene energie technologieën, waaronder ook zonnepanelen, zelf gaan produceren.  

China blijft dominant

Nu komt het grootste deel van de zonnepanelen nog uit China. Volgens Eurostat importeerde Europa in 2024 voor 11.1 miljard euro aan zonnepanelen, waarvan 98 procent uit China. Het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie stelt in hun Photovoltaics in the European Union onderzoek van 2025 dat China op wereldwijd niveau in 2024 zelf goed was “voor 96 procent van de productie van polysilicium, 97 procent van de wafers, 92 procent van de zonnecellen en 86 procent van de zonnepanelen. De overeenkomstige aandelen van de EU lagen in 2024 onder de 2 procent.”

De belangrijkste reden dat Europa op het gebied van zonnepanelenproductie zo achterloopt, is dat het lastig is voor Europese producenten om te concurreren met de belastingvoordelen en schaalvoordelen van de Chinese producenten. Deze concurrentiepositie zal iets gaan veranderen omdat de Chinese overheid heeft aangekondigd te stoppen met het subsidiëren van de zonnepanelenproductie.

Solarge als casus: ‘Prima te doen, als er niet gedumpt wordt’

Solarge produceert al zonnepanelen in Nederland en heeft een productiecapaciteit van 150 megawatt. Het bedrijf draait nu nog met één ploeg, met de intentie om op termijn naar een tweede ploeg te gaan. Maar de commerciële realiteit is lastig: terwijl Solarge zijn prijsstrategie baseerde op een ‘normaal’ competitief verschil met Aziatische massaproductie, werd die kloof groter toen dumping aanzwol.

“Het is prima te doen als de Chinezen niet zouden dumpen”, zegt De Leede, CTO en co-founder van Solarge. “Ze verkopen onder de helft van hun kostprijs. Wij hebben een meerprijs, daar hebben we altijd rekening mee gehouden, maar dat gat is vergroot.”

Dat vraagt om extra kapitaal en een langere adem. Tegelijk ziet hij tekenen dat de bodem in de prijzen wellicht in zicht komt: er is wereldwijd overcapaciteit, en zelfs grote Chinese spelers rapporteren verliezen. “Je ziet de eerste tekenen dat de prijs wat aan het stijgen is”, zegt hij. Maar dat neemt de fundamentele vraag niet weg: hoe zorgt Europa ervoor dat er ruimte blijft voor eigen productie zolang de markt zo volatiel is?

Wat de concurrentiepositie voor Europese spelers niet beter maakt is volgens De Leede de omgang met groenestroomcertificaten in carbon footprint calculaties. Zo worden oncontroleerbare certificaten in China gebruikt om de productie te ‘greenwashen’. De gangbare certificatiesystemen laten dit toe. Er zijn echter systemen die dit beperken, of de nationale carbon intensity gebruiken (hoeveel CO2 wordt uitgestoten per kWh stroom) De Leede legt uit dat stroom in China ongeveer dubbel zoveel CO₂-uitstoot teweegbrengt als Europese stroom, maar daar wordt dus geen rekening mee gehouden in de waardering van de uitstoot per zonnepaneel en dat is volgens hem onaanvaardbaar.

“Als je Europese industrie wil, moet je ’m ook kopen”

De rode draad in De Leedes verhaal is ongemakkelijk simpel: wie Europese productie wil, moet accepteren dat dit in de beginfase duurder is en daar beleid op bouwen. Niet alleen door innovatie te subsidiëren, maar door marktvraag te organiseren en dumping effectief te begrenzen. En door duurzaamheidsclaims zó te organiseren dat ze niet vooral de beste ‘papieren’ belonen.

“Certificaten helpen burgers te beschermen tegen verkeerde producten”, zegt hij. “Maar dan moet de verificatie wel eerlijk zijn. Anders zet je de deur open voor greenwashing  en duw je de Europese maakindustrie alsnog uit de markt. Dat geldt niet alleen voor carbon content, maar ook voor giftige stoffen als PFAS en antimoon.”

Aan kennis geen gebrek

Ondanks de zwakke positie van Europa in de productie van zonnecellen- en panelen, laat het rapport zien dat de Europese zonne-industrie op andere onderdelen juist sterk staat. Met name in omvormers, trackers en montagesystemen heeft Europa een solide en groeiende positie opgebouwd, gedreven door geavanceerde technologie, innovatie en een sterke industriële basis.

Ook op het gebied van onderzoek en innovatie speelt Europa een leidende rol: de EU huisvest ongeveer een kwart van alle wereldwijde PV-innovators en scoort hoog in hoogwaardige patenten en wetenschappelijke publicaties.

De Toekomst voor de Europese productie

De Europese commissie heeft ook een doelstelling van 700 gigawattpiek aan geïnstalleerde zonnepanelen in Europa tegen 2030. Hoewel de JRC stelt dat de doelstelling voor 700 gigawattpiek aan zonnepanelen waarschijnlijk wel wordt gehaald, zijn er nog een aantal uitdagingen om ervoor te zorgen dat deze zonnepanelen tegen 2030 voor 40 procent in Europa worden geproduceerd.  

De eerste uitdaging die het JRC benoemt, is de traagheid van de vergunningsprocedures voor de bouw van fabrieken. Daarnaast vormen het gebrek aan netcapaciteit, flexibiliteit bij teruglevering en robuustheid, evenals de onvoldoende uitrol van energieopslagoplossingen, een aanzienlijke belemmering voor de verdere ontwikkeling van PV-systemen. Ook ziet het JRC tekorten aan technisch geschoold personeel als obstakel.

Volgens het JRC kan Europese zonnepanelenproductie alleen concurrerend worden als zij wordt opgeschaalt naar grote, geïntegreerde fabrieken op gigawattschaal. Het rapport stelt dat productie in Europa pas kosteneffectief wordt wanneer meerdere stappen in de waardeketen zoals wafers, cellen en modules geïntegreerd plaatsvinden en sterk zijn geautomatiseerd.

Langdurige steun noodzakelijk

Het JRC stelt dat opschaling alleen haalbaar is bij stabiel en langdurig industriebeleid, dat verder gaat dan tijdelijke subsidies of pilotprojecten. Investeringen in fabrieken voor zonnepanelen vergen hoge kapitaalinjecties en lange terugverdientijden, waardoor beleidszekerheid cruciaal is.

Het rapport wijst erop dat Europese ondersteuningsregelingen momenteel niet meegroeien met de wereldmarkt, terwijl landen als de Verenigde Staten en India wel langdurige en gerichte steun bieden.

Ook De Leede ondersteunt dit sentiment. Hij legt uit dat je voor de eerste twee projecten prima subsidie kunt krijgen. “Maar dan heeft de overheid gedacht: na twee projecten weet je hoe het moet, en dan is het klaar. Maar dan heb je die kloof… we moeten naar 150, 200 megawatt om die kloof in de kosten in vergelijking met China te overbruggen.”