SolarNL ontvangt 312 miljoen euro om volgende generatie zonnepanelen op Nederlandse bodem te gaan produceren

30.06.2023 Jan de Wit

SolarNL ontvangt 312 miljoen euro om volgende generatie zonnepanelen op Nederlandse bodem te gaan produceren
©SolarNL

Het kabinet investeert in totaal 4 miljard euro uit het Nationaal Groeifonds in achttien projecten, dat meldt de Rijksoverheid. 312 miljoen euro gaat naar SolarNL, een nationaal programma voor grootschalige productie van zonnecellen en zonnepanelen in Nederland. Ook krijgt SolarNL een lening van 100 miljoen euro om circulaire geïntegreerde zonnecellen en -panelen niet alleen op de Nederlandse bodem te gaan ontwikkelen, maar ook grootschalig te gaan produceren.

De ministerraad heeft vandaag besloten dat het kabinet 4 miljard euro uit het Nationaal Groeifonds gaat investeren in 18 projecten. De projecten zijn geselecteerd omdat zij voor langdurige economische groei en toekomstige welvaart moeten gaan zorgen.

Het Nationaal Groeifonds bestaat sinds 2020 en is ingesteld om het duurzaam verdienvermogen van Nederland te versterken. In totaal zit er 20 miljard euro in het groeifonds. In de eerste twee rondes is nu 7,8 miljard euro uitbesteed aan diverse projecten, waaronder dus SolarNL.

Het consortium krijgt deze ronde de hoogste bijdrage. SolarNL is een samenwerking tussen bedrijfsleven en onderzoeksinstituten voor grootschalige productie van zonnecellen en -panelen in Nederland. SolarNL krijgt 135 miljoen euro direct toegekend, 177 miljoen euro voorwaardelijk en 100 miljoen euro wordt geleend. 312 miljoen euro uit het Nationaal Groeifonds en een ondersteuning van in totaal 412 miljoen euro.

SolarNL ontwikkelt circulaire geïntegreerde zonnecellen en -panelen en heeft ambitieuze plannen gepresenteerd om deze ook op grote schaal in Nederland te gaan produceren. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat ondersteunt SolarNL “met het oog op de voorziene positieve bijdrage aan de energietransitie, het behalen van de klimaatdoelstellingen en de opbouw van duurzaam Nederlands verdienvermogen”.

De totale begroting van SolarNL bedraagt 898 miljoen euro, de overige 486 miljoen euro wordt door private financiering gedekt. Het consortium schat zelf in dat het na 2030 zo’n 500 tot 700 miljoen euro per jaar kan bijdragen aan de Nederlandse economie. In dat geval zal dit oplopen tot 20 tot 25 miljard euro tegen 2050.

Theorie in de praktijk
SolarNL bestaat uit negen Nederlandse zontechnologie-bedrijven, Solarge, MCPV, HyET Solar, Compoform, Exasun, Energyra, Lightyear Layer, IM Efficiency, Taylor en NWO-Instituut AMOLF. Zes universiteiten (Amsterdam, Delft, Eindhoven, Groningen, Twente, Utrecht), TNO en drie hogescholen (Hanzehogeschool, Saxion, Zuyd).

Ook hebben meer dan vijftig bedrijven en instellingen het programmavoorstel ondersteund omdat zij verwachten te kunnen profiteren van het nieuwe ecosysteem dat met SolarNL wordt opgebouwd. Door al deze bedrijven en instellingen met elkaar in een consortium te laten samenwerken hopen de initiatiefnemers de productie van circulaire geïntegreerde zonnecellen en -panelen snel op te kunnen schalen.

Het doel is om drie innovatieve zonne-technologieën door te ontwikkelen en op industriële schaal te gaan produceren. Dat zijn silicium heterojunctie zonnecellen met hele hoge rendementen, flexibele zonnefolies op basis van perovskiet en op maat gemaakte zonneproducten voor integratie in gebouwen en automotive toepassingen, hiervoor worden ook tandem-zonnecellen ontwikkeld.

Onderzoekers van TNO, TU Eindhoven, Imec en TU Delft zijn erin geslaagd om met een silicium heterojunctie zonnecel de efficiëntiebarrière van 30 procent te doorbreken. “In combinatie met de expertise en kennis die we de afgelopen jaren hebben opgedaan om materialen en processen op grote schaal toe te passen, kunnen we ons samen met onze industriële partners richten op de massaproductie van deze technologie met een efficiëntie van meer dan 30 procent”, zei TNO-programmanager Gianluca Coletti toen al.

lees ook
Lees ook dit artikel

Is de 30 procent-race voorbij?

Daarnaast is HyET Solar gaan samenwerken met Groendus om hun oprolbare zonnefolie geschikter te maken voor bedrijfsdaken en doet TNO samen met Nederlandse en Duitse industriële partners onderzoek (om de ontwikkeling van efficiënte tandemmodules te versnellen) om de ontwikkeling van efficiënte tandemmodules te versnellen. Tandemmodules bestaan een stapeling silicium en perovskiet en kunnen een groter deel van het lichtspectrum benutten dan de huidige modules.

Voor de silicium heterojunctie zonnecellen wordt een fabriek gebouwd met een productievolume van 3 gigawattpiek die grootschalig en goedkoop kan produceren. Het is de bedoeling dat het fabrieksconcept kan worden gekopieerd naar andere locaties in Nederland en Europa en zo kan groeien tot een jaarcapaciteit van 18 gigawattpiek, wat neerkomt op 25 tot 30 procent van de REPowerEU-doelstellingen voor zonne-energie.

Voor zonnefolies wordt ook al een fabriek gebouwd met een iets kleinere productiefaciliteit van 1 gigawattpiek per jaar. Deze zonnefolies zijn specifiek bedoeld voor lastige oppervlakken en om de zonnecellen te integreren in gebouwen en automotive toepassingen.

Een vliegende start
Er is Europa en Nederland veel aan gelegen om minder energieafhankelijk te worden van niet-Europese landen. Tegelijk is ook het besef doorgedrongen dat dit niet genoeg is. Om echt meer energieonafhankelijk te worden is het essentieel om zelf ook hernieuwbare energieopwekkers te gaan produceren.

Experts zijn het erover eens dat het geen zin heeft om te proberen om net zoveel fabrieken te bouwen als China heeft gedaan en nog steeds doet. Hun voorsprong is zo enorm groot dat de achterstand onoverbrugbaar is geworden. Wat wel kan is een aantal stappen overslaan en de volgende generatie zonnecellen en -panelen produceren. Dat is wat men nu ook beoogd met SolarNL.

Door de beste zonne-energietechnologie op de markt te brengen, zijn partijen eerder geneigd om een hogere kostprijs te betalen. Dat is nodig vanwege het enorme schaalvoordeel dat China heeft opgebouwd. Maar er is meer nodig dan alleen de beste technologie stelde Wim Sinke, emeritus professor aan de Universiteit van Amsterdam, in een interview met Solar365.

“Om echt een concurrent van China te worden moet de Europese productie van zonnepanelen onderscheidend zijn en dat betekent een focus op kwaliteit in de brede zin, dus niet alleen technisch goede panelen, maar ook aandacht voor de milieu- en klimaatimpact en een transparante waardeketen.”

Het consortium richt zich bij het opschalen dan ook op het creëren van een volledig circulaire productieproces dat weinig CO2-uitstoot mag veroorzaken. Daarbij hebben de initiatiefnemers ook het Nederlandse kabinet achter zich weten te krijgen. Dat blijkt wel uit het feit dat SolarNL nu de grootste bijdrage uit het Nationaal Groeifonds krijgt. In de extra klimaatmaatregelen die Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie, onlangs aankondigde werd ook al gehint op een forse investering in Nederlandse productie van zonnecellen.

Al met al maakt SolarNL een vliegende start richting zijn ambitieuze doelstelling om na 2030 al over een forse productiecapaciteit te beschikken. Maar het blijft zaak voor het consortium om partijen te vinden die ook daadwerkelijk een hogere kostprijs voor een brede kwaliteitsstandaard willen betalen en om genoeg particuliere investeringen binnen te halen. De bijdrage uit het Nationaal Groeifonds is groots, maar ook eenmalig. Om van SolarNL de volgende ASML te maken is meer nodig, véél meer.